Over een gebrek aan aandacht bij politici en beleidsmakers voor lokale gemeenschappen valt op zich niet te klagen, maar de plaatselijke ontwikkelingen en kenmerken van het lokale gemeenschapsleven blijven hierin onderbelicht. Er is een duidelijk gebrek aan kennis over de specifieke lokale situatie waarbij de algemenere vragen van beleidsmakers en de gemeente ook vaak nog voorop staan. De beeldvorming over het gemeenschapsleven, bijvoorbeeld door beeld- en beleidsbepalers, heeft daarnaast vaak een zorgelijke inslag. Dat is niet vreemd en niet zonder reden.

Door Jan de Rond & Lucas Meijs & Ivo Geers


Follow the money

Onze overheid, of het nu landelijk, provinciaal of lokaal is, besteedt belastinggeld in hoofdzaak aan, vaak manifeste, probleemsituaties. Beleidbepalers zijn daardoor experts in probleembenaderingen. Goed nieuws trekt wellicht belangstelling van de lokale pers of ‘Hart van Nederland’, maar heeft beleidsmatig beperkte belangstelling. Heb of presenteer je een probleem, dan krijg je aandacht. Gaat het goed of heb je een oplossing, dan verdwijn je snel uit beeld.

In een spraakmakend interview in december 2016 illustreerde oud minister Plasterk de relatie tussen politiek en het in stand houden van problemen. “Toen Plasterk in 2007 minister werd, zei Timmermans volgens hem: 'Jij bent een echte problem solver.' Dat bedoelde hij kritisch. Ik had de houding van een bèta: we hebben een probleem, we maken het zo klein mogelijk en lossen het op. Maar in de politiek, als je op meta-niveau kijkt, kun je ook zeggen: wees blij, koester dat probleem! Maak het groter. Dan kun je er nog jaren plezier van hebben!".

Afgelopen maand voegde Kim Putters, directeur Sociaal Cultureel Planbureau, hier nog een dimensie aan toe: "In evaluaties van bijvoorbeeld de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Participatiewet, het Leenstelsel of de Inburgeringswet zit steeds een duidelijk patroon: we redeneren te veel vanuit beleid en te weinig vanuit mensen". Dit sluit aan bij de klacht over het inzetten van algoritmen om beslissingen te nemen in het publieke domein. Van overheidsgeld afhankelijke organisaties voegen zich als vanzelfsprekend naar deze gewoonten en culturen. ‘Follow the money’ is niet alleen een sterke analyse- en onderzoeksmethode maar ook vooral een bekend gedragspatroon. Immers, geld is de drager van de wil van mensen, bedrijven en instanties.

Pandemie en het lokale gemeenschapsleven

De pandemie is wat dat betreft inderdaad een geschenk voor veel betrokken partijen. Zowel lokale politici, beleidsmakers als gemeentelijke ondersteuners schieten direct in de probleemstand. Het kan toch niet zo zijn dat de lokale economie of het gemeenschapsleven hier geen hinder van ondervindt? Maar, wat is nu de daadwerkelijke invloed van de coronacrisis op het lokale gemeenschapsleven? Hoe overleeft het gemeenschapsleven de onstuimige periode van 2020 en 2021? Wat voor effecten heeft dit in de lokale gemeenschappen? Wat is het probleem en zijn er wellicht al oplossingen lokaal gevonden?

Om een vinger aan de pols te houden in het gemeenschapsleven hebben wij in 2020 en 2021 naar aanleiding van de COVID-19 pandemie in vier ronden onderzoek gedaan onder meer dan 1.000 organisaties uit tien verschillende sectoren. De vraagstelling van het onderzoek is te zien als een thermometer voor het lokale gemeenschapsleven in ‘s-Hertogenbosch. Het is voor zover bekend een van de weinige uitvoerige onderzoeken naar de stand van zaken en ontwikkeling over de tijd van de lokale samenleving in Nederland, waarbij de focus ligt op het gemeenschapsleven in plaats van individuen of bedrijven.

Veerkracht

Het Bossche onderzoek laat zien dat het gemeenschapsleven gelukkig, en wellicht voor probleemliefhebbers helaas, veerkrachtig is. Het leidde tot verrassende conclusies zoals:
- de veerkracht van lokale organisaties is groter dan vanuit beroepsmatige organisaties verwacht;
- sectoren zijn sterk verschillend, geen enkele sector is en reageert hetzelfde;
- ondersteuning van organisaties loont wel, hierdoor bloeit het gemeenschapsleven (sneller) weer op;
- toch zijn er ook problemen die niet zomaar opgelost zullen worden, zoals de last van de doorlopende kosten van accommodaties én dat iedere sector anders, lichter of zwaarder, geraakt is;
- bijna alle organisaties (90%) hebben activiteiten (tijdelijk) moeten stoppen met grote sociale kosten voor de samenleving als gevolg maar veel kwam ook weer terug.

Dit soort geografisch gefocuste onderzoeken zijn sterk de moeite waard om uit te voeren omdat ze inzicht geven in de eigen lokale situatie. Wat in Den Bosch gevonden wordt zou in een andere plaats wel eens anders kunnen zijn. Wat nodig is in Den Bosch is verderop wellicht overbodig? Maar wij denken wel dat overal het gemeenschapsleven meer terugveert dan beleidsmakers wellicht willen. Het is geen probleem waar een politicus jaren plezier van kan hebben.

Gebrek aan kennis

De pandemie belicht dat er een duidelijk gebrek is aan goede lokale kennis. Als beleidsmakers al iets denken te weten over het lokale gemeenschapsleven dan is dat gebaseerd op landelijke onderzoeken aangevuld op basis van vaak heel persoonlijke, individuele lokale ervaringen. Dat kan leiden tot beleid dat op verkeerde aannames is gebaseerd, net zoals wanneer gemeente en gemeenschappen worden verward. Wanneer een crisissituatie dan zorgt voor meer aandacht, kan er vervolgens geen goede vergelijking gemaakt worden met de ‘normale’ situatie. Hoe weet je wat te doen als je het veld niet goed kent? Hoe moet je weten wanneer een situatie hersteld is, als je hem voor een crisis al niet goed in kaart had? Welke ontwikkeling zouden zich ook zonder de pandemie hebben getoond?

Het Bossche onderzoek liet zien dat de kunst en cultuur sector het bijzonder moeilijk had, maar wellicht had die sector het eerder al moeilijk? Gebrek aan dergelijke kennis creëert het risico dat we een pleister plakken op het probleem, zonder de kernoorzaak van het probleem aan te pakken. Het kan ook betekenen dat we problemen verwachten in onze gemeenschappen omdat die ergens anders spelen. Als we de crisis als de bron van al het kwaad zien, gaan we voorbij aan de ontwikkelingen die er al waren en missen we de kans van ‘place based’ interventies.

Ondersteun het vertrouwen

Terugkijkend op het hele onderzoekstraject valt het optimisme en de positieve inslag van de respondenten duidelijk op. In het najaar 2021 was het gemeenschapsleven veel optimistischer dan een half jaar daarvoor, ondanks dat bijna de helft van onze respondenten een daling van het inkomen verwachtte. Dit onderzoek laat zien dat het gemeenschapsleven veerkrachtig is, organisaties niet zomaar omvallen en de wil om iets goeds te doen voor een ander niet snel verdwijnt. We kunnen erop vertrouwen dat het gemeenschapsleven opnieuw zal bloeien wanneer de ruimte daarvoor is. Of het verstandig is om dat vertrouwen in eigen kracht te communiceren naar lokale politici en beleidsmakers valt te betwijfelen.

Breng lokale kennis op orde

De resultaten van het uitgevoerde onderzoek vormen vooral een waarschuwing voor alle beleidsmakers: loop niet in de val van de negatieve aandacht en breng je lokale kennis op orde! De gemeenschap is op onverwachte manieren veerkrachtig. Er zijn juist in de gemeenschap veel stille krachten die denken in oplossingen in plaats van problemen. Wellicht dat politici jarenlang plezier hebben van een probleem. Burgers hebben juist jarenlang plezier van een oplossing!

Om het onderzoek ook in de eigen gemeenschap te kunnen doen is een handleiding gemaakt voor iedereen met interesse in de wijze waarop het onderzoek naar het gemeenschapsleven is uitgevoerd.

Handleiding onderzoek veerkracht lokale samenleving

Rapportage onderzoekstraject gemeenschapsleven 's-Hertogenbosch 2020-2021

Foto: Jan de Rond

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?

Neem contact met ons op.

Nieuwsbrief Contact Doneren?
Volg ons op